Verbeeld ik het me, of is de energie anders in de aanloop naar kerst? Ik voel het vooral ’s avonds als ik in bed lig. Als ik de verschillende gesprekken en bezigheden van de dag in mijn kleren heb achtergelaten, overvalt me iedere keer weer een gevoel van rust en dankbaarheid. Het is alsof de hemel zich welwillend buigt naar de aarde, als een ouder die met een verliefde blik naar zijn pasgeborene kijkt, als een grotere werkelijkheid die het mij vergunt om deel te zijn van haar mysterie.

Het gekke is dat ik dat gevoel herken van voorgaande jaren. Dat is het voordeel van ouder worden: je gaat nieuwe verbanden zien. Zo weet ik eigenlijk nu al dat straks – tijdens Oud en Nieuw – die subtiele vredige energie weer weggeknald zal worden met rotjes en carbidbussen. (Althans in mijn beleving).

Velen beleven de nacht van 31 december op 1 januari als het nieuwe begin. Soms vertaalt zich dat in goede voornemens. We wensen elkaar alle goeds toe. Met de beste wil van de wereld kan ik hier niets negatiefs in zien. En toch heb ik me er nooit prettig bij gevoeld, dat nieuwjaarwinnen. Het voelt voor mij zo verplichtend dat er voor het werkelijk nieuwe geen ruimte meer over is. De kalendertijd, de kloktijd, is voor mijn gevoel veel te veel een dwingende tijd geworden. Waarschijnlijk heeft dat te maken met het economische karakter ervan: tijd is geld.  Als iets dodelijk is voor onze spontaniteit en creativiteit, dan is dat het wel.

Het liturgische jaar (met als hoogtepunten kerst-pasen-hemelvaart-pinksteren) biedt een ontsnappingsmogelijkheid uit die terreur van de chronologische tijd. Het zoemt met alle zintuigen in op de innerlijke beleving. Zo bezien kan advent een tijd zijn van wachten,  verwachten en verwonderen (als in een zwangerschap), van het opnieuw zacht en open worden voor wat ons gegund is, van het je in ontvankelijkheid openen voor het onbekende en onverwachte. Juist in de donkerste tijd van het jaar waarin we op ons kwetsbaarst zijn, zijn we benaderbaar voor het nieuwe.

Een licht

Een licht aan de hemel
dat oplicht in de nacht
waarin de hoop
is vervlogen.
Een licht
dat zonder woorden
wegen wijst
in sterrenstof.
Sneeuwwitte wegen
waarlangs ik het
met mijn miljoenen vragen
weer opnieuw
zou durven wagen.

Een lecht

Een lecht an de hemel
dat oplöcht in den nacht
waorin de hoppe
is vervlaogen.
Een lecht
dat zonder weurde
waegen wis
in staernestof.
Sneeuwwitte waegen
waorlangs ik ‘t
met mien’ miljoenen vraogen
waer vanni’js
zol dörven waogen.

error: Inhoud is beschermd