In het programma De Kist vertelde Irene Moors onlangs over het overlijden van haar ouders. Twee weken nadat haar moeder overlijdt, bevalt ze van haar zoontje Tijn. Ze richt haar leven in rond haar kind en staat zichzelf (onbewust) niet toe om te rouwen. Van het afscheid van haar moeder herinnert ze zich niets. Maar als haar vader sterft, komt het verdriet van het gemis van haar moeder ineens in alle heftigheid naar boven.

Rouw laat zich niet sturen. Toch zijn er in onze maatschappij ongeschreven regels over hoe lang je mag rouwen. De meeste mensen vinden dat – als alle seizoenen er overheen zijn gegaan – het wel een keertje klaar moet zijn. Komt het verdriet op onverwachte momenten naar boven -soms zelfs vele jaren later- dan kun je vaak niet meer rekenen op meeleven.

Ook over wie mag rouwen bestaan redelijk vaststaande ideeën. Het verlies van een partner en een naast familielid wordt eigenlijk altijd wel erkend. Al ervaren kinderen, maar ook volwassenen die een broer of zus verliezen dat vaak anders. De aandacht van de omgeving gaat vooral uit naar de ouders van het overleden kind. Mensen die op oudere leeftijd een broer of zus verliezen, worden bij een afscheid vaak niet eens genoemd. Ook worden de gevoelens bij een miskraam, bij rouw om iemand die vermist is of die niet meer dezelfde is (zoals bij een coma, dementie of een psychische aandoening) vaak niet erkend als rouw. Als iemand buiten de familiekring overlijdt: een vriend of vriendin met wie je veel deelde, een LAT-relatie of een ex, dan worstel je meestal in je eentje met je gevoelens omdat niemand jou volgens de geldende etiquette aandacht hoeft te geven.

Rouwen heeft zoveel gezichten. Ook een echtscheiding, het verlies van een baan, van gezondheid, het verlaten van je vaderland, kan een rouwproces in gang zetten. Maar wanneer onze omgeving de waarheid van onze gevoelens niet kent of niet wil kennen, gaan onze betraande gezichten veel te vaak verborgen onder maskers van flinkheid en opgewektheid.

In de maand November wordt ons op verschillende plaatsen en momenten het recht op rouwen gegund. Denk maar aan de lichtjesavonden die op verschillende begraafplaatsen worden gehouden, aan katholieke gedenkdagen als Allerheiligen (1 november) en Allerzielen (2 november) en aan de gedachtenisdiensten op de laatste zondag van het kerkelijk jaar in de Protestantse kerken (dit jaar op 22 november). In het zachte kaarslicht mogen we ons ware gezicht laten zien. In ons eigen verdriet kunnen we het verdriet van de ander herkennen. Recht op rouwen geeft ruimte!

error: Inhoud is beschermd