De Achterhoek

Mijn wortels

Geboren en getogen in Varsseveld heb ik – net als mijn ouders, groot- en overgrootouders – mijn wortels in de Achterhoek. En omdat menig Achterhoeker ‘niet ni’jsgierig is, maor wel graag alles wil wetten – veural ‘waor a-j der ene van bunt ’- zal ik gelijk maar vertellen dat mijn vader ‘Gert van de Hutte uut de Dinxperse Heurne’ is en mien moeder ‘Dirkje Jansen van Wiendelshuus uut Breembroek’. Samen met mijn man en  twee kinderen woon ik in Eibergen.

De Achterhoek is mij dierbaar. Ik hou van het prachtige coulissenlandschap, van de Saksische volksaard en van de Nedersaksische streektaal.

Toch ben ik ook blij dat ook niet- Achterhoekers hun weg naar de Achterhoek hebben gevonden. Zij hebben immers gezorgd voor wat gezonde dynamiek en relativering van het gebruikelijke.

Juist vanwege de wereld die zoveel groter is geworden sinds de komst van de verschillende nieuwe media zien we weer hernieuwde interesse opkomen in het eigene in streektaal, streekcultuur en streekspiritualiteit.   

Graag zou ik mijn eigen kleine steentje willen bijdragen aan het vergroten van het zelfbewustzijn van de Achterhoeker door de streektaal met trots te gebruiken en de streekcultuur en -spiritualiteit te onderzoeken en bespreekbaar te maken.

 

De Achterhoekse spiritualiteit

In mijn werk als pastoraal werker ontdekte ik dat er in de spirituele beleving van Achterhoekers zekere overeenkomsten te vinden zijn (zonder overigens te willen spreken van dé spiritualiteit van dé Saks). Toen ik mij daarin verder ging verdiepen – op weg geholpen door Prof. Dr. Anne van der Meiden – bleek dat hier ook wel het een ander over geschreven is in de loop der jaren.

De Saksen die aan het begin van de Middeleeuwen naar deze streken trokken, kregen het in de Saksenoorlogen (8e eeuw) zwaar te verduren. Toch aanvaardden ze het christelijk geloof pas toen ze echt niet meer anders konden. Een geschiedenis van onderdrukking (ook de horigheid bleef in het Oosten van het land langer intact dan elders) heeft zijn sporen nagelaten. Vandaar het ‘jao, jao’, want tegen hoge heren mo-j zwiegen of jao zeggen. Het eigene, de eigen kring en de traditie is erg belangrijk. En innerlijke rust, acceptatie, vertrouwen en een grote verbondenheid met de natuur zijn wezenlijke begrippen voor de meeste Saksers.

In mijn vrije tijd verdiep ik mij graag in deze zogenaamde Saksische of Achterhoekse spiritualiteit.

De Hutte in De Heurne

Wiendelshuus in Breedenbroek

 De achterhoekse streektaal

A-j plat könt praoten, mo-j ‘t niet laoten..  Toch vuult Achterhoekers en Twentenaren zich vake een betjen beschaamd eur eigen taal te sprekken. Een kerkdienst in ‘t plat? Is dat wel vrom genog? Dialect sprekken met de kinder of de hond? Dat doe-j niet… (Asof ze in ‘t ABN wel luustert …) 

 ‘t Nedersaksich is een gevuulstaal, die al völle löt zien van ‘t karakter van de Saks: umzichtig, humoristisch, met völle nuance. Deurumme leent ‘t dialect zich heel goed veur kerkdiensten of andere vieringen. Mocht i’j der pries op stellen, dan kan ik al miene diensten ok anbieden in ‘t Achterhoeks plat.

Streektaalgedichten

Ik kan niks te best zingen en bun gin kunstemaker. Toch is der iets in mi’j dat zich wil uutdrukken. Dat iets wil anraken van wat eilijk niet te pakken is. Iets dat wil uutroepen dat ‘t laeven maer is dan wat wi’j mekare kaer op kaer wies maakt. En deurumme schrief ik gedichten. ‘t Liefst in ‘t plat, want dat vuult zo eigen. ‘t Is de taal van ‘t harte!

Inmiddels bunt der twee gedichtenbundels van mienen hand uut ekommen ‘Een helen troost …’ en ‘Lachen en liepen in eén buultjen’